Een jurk die je persoonlijke ruimte verdedigt met robotarmen die uit de schouderstukken komen of verlichte hardloopshirts die met elkaar communiceren. Het zal sommige mensen als een experiment in de oren klinken, maar de techniek én de kledingstukken zijn er al. De zogenoemde ‘technomode’ kan ons helpen, maar er kleven ook nadelen aan. Dat concludeert cultuurwetenschapper Lianne Toussaint van de Radboud Universiteit in haar onderzoek naar de impact van technomode waarop ze 6 september promoveert.

Sinds de jaren negentig zijn modeontwerpers en technici in toenemende mate gaan experimenteren met mengvormen van mode en technologie. Een voorbeeld daarvan is de robotische jurk die je persoonlijke ruimte verdedigt (zie afbeelding en/of deze video). Maar denk ook aan een shirt dat iemand op afstand een knuffel kan geven of een sweater die je houding corrigeert. Het is inmiddels allemaal mogelijk, hoewel het nog niet echt bij de eerste de beste kledingwinkel ligt. Wetenschappers en marktonderzoekers voorspellen dat deze zogenoemde ‘technomode’ in de toekomst grote impact op ons leven kan hebben. Desondanks is er nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het hoe en waarom van die impact.

Lianne Toussaint interviewde dragers en ontwerpers en deed literatuuronderzoek om de materiële effecten van technomode beter te doordenken en begrijpen. Betekent de komst van de technomode dat we van technologiegebruikers in technologiedragers aan het veranderen zijn? En wat is de invloed van de versmelting van kleding en technologie op onze fysieke relatie tot mode en technologie? Toussaint concludeert dat de drager van kleding met technologie anders naar zichzelf én de wereld om zich heen kijkt. ‘Sensoren op kleding maken bijvoorbeeld signalen uit de omgeving of het lichaam zichtbaar waarvan de drager zich anders niet bewust zou zijn. Ook beïnvloedt technomode hoe de buitenwereld naar de drager kijkt doordat het meer of andere informatie blootgeeft dan gewone kleding’, vertelt Toussaint.

Dat blootgeven van informatie roept ook sociale en ethische vragen op. ‘De opkomst van de technomode is iets om ons op te verheugen, maar we moeten ook op onze hoede zijn. Technomode heeft dezelfde tegenstrijdige potentie als de mobiele telefoon: door technologie in kleding te verwerken kan het nog veel meer voor ons gaan betekenen en doen, maar de verregaande mogelijkheden die het biedt, zijn ook precair’, stelt Lianne Toussaint.

Neem bijvoorbeeld een sweater die hartslag, beweeglijkheid en huidvochtigheid van de drager meet. ‘Dat biedt een draagbare vorm van surveillance en zelfmeetapparatuur en kan experimenteel en positief zijn. Maar het kan ook het welzijn, de privacy en autonomie van de drager inperken. Deze ontwikkeling en de implementatie ervan moeten we kritisch blijven begeleiden. Een ingebouwde ‘uitknop’ op het kledingstuk zodat de drager altijd de eindregie houdt. Die verantwoordelijkheid ligt zowel bij de makers en producenten,  als bij consumenten, bedrijven en organisaties die het daadwerkelijk gebruiken. Zij moeten kritisch zijn en zich bewust zijn van de impact’, aldus Toussaint.

Allerlei grote kleding- en technologiemerken experimenteren samen: zo is er het Jacquard project van Levi’s met Google, en werkt Google ook samen met H&M aan het Coded Couture project. ‘Deze samenwerkingen tussen technologie-ontwikkelaars en mode-ontwerpers is van cruciaal belang voor de technomode’, zegt Toussaint. Want dat we straks allemaal technomode in de kast hebben hangen, daar twijfelt Toussaint niet aan. ‘Het is nu al te koop – voor weliswaar nog hoge prijzen – maar mensen zijn ook al gewend aan draagbare technologie, zoals slimme horloges en fitness trackers. Daarom zal er, denk ik, niet meer dan 5 jaar voor nodig zijn voor het bij een grotere groep consumenten aanslaat. Persoonlijk verwacht ik dat ontwerpen die de technologie op een mooie, maar tegelijkertijd functionele en subtiele manier inzetten, de meeste kans maken. Ik zou bijvoorbeeld zelf een jas met zonnecellen of een shirt dat mij eraan herinnert mijn houding te corrigeren zo kopen en dragen.’

Bron: Radboud  

CREDIT Beeld: Pauline van Dongen, ‘Phototrope’ (2015). In collaboration with Philips. Photography by JR Hammond.

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.