Er is meer aandacht nodig voor menselijke en organisatorische aspecten in de olie-industrie om de veiligheid echt te verbeteren. Dat deze industrie niet genoeg leert van olierampen komt doordat leren een belangenstrijd is: ‘Partijen proberen hun belangen te beschermen of te bevorderen, en proberen elkaar – bewust en onbewust – uit te sluiten van het leerproces’. Dat concludeert Bruno Verweijen in zijn onderzoek naar de nasleep van de grote olieramp met boorinstallatie Deepwater Horizon in 2010. Op 27 september promoveert hij aan de Radboud Universiteit.

Op 20 april 2010 verloor boorplatform Deepwater Horizon controle over de Macondo boorput in de Golf van Mexico. De ontploffing doodde elf mensen en resulteerde in de grootste offshore olieramp in de wereldwijde geschiedenis. De olieramp had een verwoestend effect op ecosystemen, lokale gemeenschappen en lokale industrieën.

Onderzoeker Bruno Verweijen vergeleek de Macondo-ramp met andere offshore boorincidenten en ontdekte dat de fouten die bijdroegen aan de Macondo-ramp zich vaker voordoen in deze industrie. Deze hebben zelfs bijgedragen aan verschillende andere grote olieongelukken en ‘near-misses’ (incidenten waarbij het bijna fout ging, maar net niet).

‘De Macondo-ramp veroorzaakte een crisis in de wereldwijde offshore boorindustrie, niet alleen voor de betrokken bedrijven BP, Transocean en Halliburton. Ook in Europa zagen belanghebbenden de noodzaak om risicomanagementpraktijken opnieuw te evalueren.’ Verweijen bekeek hoe verschillende partijen in de Noordzeeregio geleerd hebben van deze ramp. Hij analyseerde publiekelijk toegankelijke documenten en interviewde 43 veiligheidsprofessionals die werken voor verschillende partijen die een belang hebben in de Europese olie-industrie, zoals de Europese Commissie, oliebedrijven, brancheverenigingen van de olie industrie, en vakbonden.

‘Ondanks dat leren van rampen een proces is waarbij verschillende partijen gezamenlijk proberen veiligheid te verbeteren, bleek het leren ook een machtsstrijd’, aldus Verweijen. ‘Dit heeft beïnvloed welke lessen uiteindelijk geleerd zijn en welke niet.’

Hoewel verschillende partijen geprobeerd hebben om radicale veranderingen door te voeren, zoals het introduceren van kennis over menselijke- en organisatorische factoren, heeft de olie-industrie voornamelijk bestaande, technische kennis en praktijken verder aangescherpt. Zoals gebruikelijk is na rampen, zijn technische aspecten van veiligheid, zoals procedures en apparaten, verbeterd.

‘Volgens de overheersende technische denkwijze in de olie-industrie zijn de boorplatforms heel veilig’, zegt Verweijen. ‘Maar op andere vlakken kan er nog veel verbeterd worden. Techniek vormde slechts één onderdeel van het probleem. Andere belangrijke factoren met veel invloed op veiligheid zijn het menselijk aspect – zoals hoe een offshore werknemer reageert in stressvolle situaties – en de organisatiefactoren – zoals werkdruk en bedrijfscultuur. Inzicht in deze factoren staat nog in de kinderschoenen in de technisch gedomineerde olie-industrie’, aldus Verweijen.

Meer variatie in kennis nodig
Omdat Verweijen zag dat vergelijkbare fouten zich vaker voordoen bij boorincidenten in de olie-industrie, adviseert hij: ‘De industrie moet als geheel leren van de Macondo-ramp, en niet alleen de bedrijven die direct betrokken waren bij de Macondo-ramp. Een risicomanagementtraining professionaliseren voor de bemanning in de gehele industrie is hierbij een mogelijkheid.’

‘Daarnaast is meer variatie in mensen nodig om dit soort complexe problemen van risicomanagement aan te pakken, zoals sociologen, psychologen en bedrijfswetenschappers, met beslisbevoegdheid.’

Bron: Radboud Afbeelding: Radboud

Leave comment

Your email address will not be published. Required fields are marked with *.